Zorg verlenen aan een kind met één of meerdere bedreigde vitale functies, onvoldoende of niet reagerend op de therapie

Code

MK-opleiding-ICK-4

Type

kern

Omschrijving

Het betreft hoogcomplexe zorg verlenen aan een respiratoir, circulatoir, en/of neurologisch ernstig bedreigd kind van 0-18 jaar waarbij er meerdere vitale functies worden ondersteund en/ of worden overgenomen. 

De activiteit omvat

• Afnemen van (delen van) de anamnese op prioriteit 
• Continu observeren, interpreteren, ondersteunen, overnemen en evalueren van de vitale functies 
• Prioriteren, uitvoeren en evalueren van de verpleegkundige zorg aan een vitaal bedreigd kind met complexe zorgsituaties en aandoeningen, zoals shock, PPH, stollingsstoornissen, hartritme- en geleidingsstoornissen, reanimatie, verdrinking, politrauma, complexe complicaties kinderoncologie 
• Zorg verlenen met behulp van 
• hoogcomplexe invasieve beademing, HFO/HFV en NO 
• ECLS 
• Neuromonitoring (zoals aEEG, NIRS, CFM) 
• Nierfunctievervangende therapie 
• Neuroprotectie (ICP-meting) 
• Abdominale en thoracale (hart)chirurgie 
• Interventie cardiologie (katheterisatie, pacemaker, ICD) 
• (Brand)wondzorg bij de ic-patiënt 
• Specifieke medicatie voor de ICK-patiënt 
• Opvangen van, voorlichting geven aan en begeleiden van naasten met betrekking tot het vitaal bedreigde kind 
• Ondersteunen ouders bij besluitvorming met behulp van shared decision making 
• Omgaan met multimorbiditeit en langdurige ziekte 
• Intensief interprofessioneel samenwerken in de acute situatie (zoals kinderarts, (kinder)intensivist, (kinder)cardioloog, operatiekamers) 
• Overdragen van zorg (SBARR-methodiek) naar andere disciplines of andere setting 
• Inbrengen van gespecialiseerde kinderverpleegkundige expertise in het interprofessionele team: kennis overdragen, advies en instructie geven en begeleiden van collega’s 

Beperkingen

 Voorwaardelijkheden:
 • Om MK-ICK-4 te behalen moet MK-ICK-3 zijn toevertrouwd 

Voorwaardelijkheden (EPA"s)

CanMeds

  • Vakinhoudelijk handelen
  • Communicatie
  • Samenwerking
  • Kennis en wetenschap
  • Maatschappelijk handelen
  • Leiderschap
  • Professionaliteit

Kennis

• Ernstige complicaties, zoals ritmestoornissen, stollingsstoornissen, APLS-richtlijnen, shock, pneumothorax, ernstige overvulling, compartimentsyndroom, ernstige decubitus 
• Complexe ademhalingsondersteuning en beademingstechnieken, zoals HFO/HFV, NO en ECMO 
• Complexe bloedgasbepalingen, analyse en -interpretaties 
• Specifieke controles in de acute zorg zoals ICP, AVPU/EMV/GCS 
• Diverse vormen van chirurgie, zoals trauma-, neuro-, abdominale, thoracale, cardio-interventiechirurgie en kinderhartchirurgie 

Vaardigheden

• Uitzuigen van instabiele beademde patiënt 
• Assisteren bij inbrengen centrale en arteriële katheter bij de instabiele ICK-patiënt 
• Cardioverteren, defibrilleren, reanimeren, assisteren bij inbrengen en zorgen voor patiënt met ICP-meting 
• Opbouwen en uitvoeren van therapeutische hypothermie 
• NIRS aansluiten en interpreteren 
• Reageren op afwijkende bloeduitslagen bij de instabiele ICK, zoals anticiperen op complexe bloedgasanalyses 
• Herkennen van complicaties bij complexe zorg waarop meerdere aandoeningen van invloed kunnen zijn en waarbij regelmatig moet worden afgeweken van standaardprotocollen en -procedures 
• Handelen volgens verpleegkundig protocol of hier gemotiveerd van afwijken 
• Herkennen en bespreekbaar maken van ethische dilemma’s (zoals bij multimorbiditeit/-problematiek en/of niet intensiveren beleid) 
• Organisatie en coördinatie van intensivecare bij kinderen 
• Interprofessioneel samenwerken in de acute situatie 
• Overdragen van zorg (SBARR-methodiek) naar andere disciplines of andere setting en samenwerken met collega’s in de instelling en binnen het netwerk (zoals kinder- en huisarts, (kinder)intensivist) 

Gedrag

• Inbrengen van gespecialiseerde intensivecare-kinderverpleegkundige expertise in het interprofessionele team: kennis overdragen, advies en instructie geven en begeleiden van collega’s 

Informatie bronnen voortgang

Om de voortgang te monitoren en de activiteit toe te vertrouwen worden meerdere observaties uitgevoerd, door meerdere observatoren en zijn er verschillende informatiebronnen gebruikt, waaronder minimaal een observatie in de praktijk van het uitvoeren van de toe te vertrouwen activiteit.

Fase & niveau

 De verwachting is dat de student aan het einde van de opleiding de EPA op supervisieniveau 4 toevertrouwd kan worden. 
Edit | Back to EPA index